De batterij van mijn elektronische weegschaal is leeg. Na een jaar of acht trouwe dienst, dus ik heb er vrede mee. Bovendien biedt dit mij een kans te testen hoe technisch ik ben en met het resultaat mensen versteld te doen staan. Een batterij vervangen, dat moet ik kunnen, tenslotte. Ik kan ook een gloeilamp indraaien.
Ik heb de weegschaal uit de badkamer gehaald en beneden op tafel gelegd, ondersteboven, onder de lamp. Ik heb het klepje waaronder de batterij schuilgaat eraf geklikt. Nou, zie je wel dat ik dit kan. Fase 1 is me gelukt.
Fase 2 zou moeten zijn: de batterij, zo'n klein rond kwartjesding, eruit wippen.
Ik heb erop gedrukt. Voorzichtig. Iets harder. Ik heb geprobeerd ermee te schuiven. Ik heb ernstig gekeken hoe het kleine ding op zijn plek gehouden wordt. Ik heb een schaar gepakt en die eronder geduwd. Ik heb een beetje gewrikt en gewroken. Ik heb nog eens ernstig gekeken.
Ik ben weer heel goed in andere dingen.
Ochtend
12 januari 2012
Het is net 9.30u en ik heb er weer een hele dag op zitten. Verder blijf ik uit voorzorg op de bank liggen, mijn sterren staan niet goed.
Dat wil zeggen: ik moest naar de tandarts vanochtend. Die zit hier in de wijk naast de Gall and Gall. Dat vind ik nou handig gepland. Terwijl ik naar de praktijk liep, keek ik dus vast speurend of de Gall and Gall open was. Liep vervolgens bijna tegen een lantaarnpaal. Gevalletje millimeterwerk.
Nog naproestend kwam ik de behandelkamer binnen, waar de tandarts me verzekerde dat hij fan van me was en dat hij vereerd was dat ik in zijn stoel lag. Ik lachte gevleid mijn tanden bloot.
Toen ik na gedane zaken naar buiten liep zei mijn dochter onverschillig: "Je hebt je blouse binnenstebuiten aan."
Dit is niet mijn dag.
Kreeft
7 januari 2012
Twee of drie jaar geleden schreef ik een blog over haar. Ik meen dat ze toen 82 was, de moeder van mijn vriendin. Het mens opende met knot en rollator en al een Hyves-pagina. Briljant, vond ik dat. Fantastisch. Een voorbeeld.
Ze kreeg deze week slecht nieuws te horen: kanker. Ontstaan in de borst, uitgezaaid in allerlei organen. "Kom," zei ze tegen haar dochters. "We gaan lunchen."
De dochters namen een kalm broodje. Hun moeder bestelde een fikse kreeft.
"Mam, dat is een hoofdgerecht," probeerden ze nog.
"Dat weet ik," zei ze.
Daarna belde ze zelf haar broers en zusters op. "Het gaat niet goed met me. Ik heb kanker. Maar weet je... ik heb vandaag zo verschrikkelijk lekker kreeft gegeten!"
De ontroering bij mij is groot. De geleerde les ook.
IJzer
5 januari 2012
Gaat u nu niet zeggen dat het aan mij ligt, want ik heb er niks mee te maken. Hij gaat braaf elk jaar voor een beurt en een APK-keuring, ik was 'm zeker eens per drie jaar, en ik probeer andere auto's en bomen zoveel mogelijk te ontwijken.
Ok, hij heeft al meer dan 105.000 km op de teller staan, maar dat is eigenlijk nog helemaal niet zoveel, een beetje als een man van 65, zeg maar. Niet meer zo'n jonkie, maar nog best in staat om een paar keer de dansvloer rond te gaan.
Hoopte ik. Want vanochtend reed ik blijmoedig rond, toen me een vreemd tikje opviel. En nog eens. En nog eens. En even later een hoop gerinkel, een harde tik ergens tegen mijn auto aan, en daarna doodse stilte.
Ik heb de auto langs de kant van de weg gezet en ben uitgestapt. Met intelligente blik heb ik mijn Corsa bestudeerd. Vier wielen. Met bouten. Dat leek me toch eigenlijk wel genoeg. Ik ben weer ingestapt, ben teruggereden, heb de ijzeren ring die op de weg lag en die zomaar eens van mijn auto gekletterd kon zijn, opgeraapt, en ben naar huis getuft.
Ergens voelt het nu of ik aan het dansen ben met een man met een rollator. Het heeft iets avontuurlijks, zo'n auto die onder je in elkaar dondert. Dat is dan wat mij betreft ook het enige positieve dat erover te zeggen valt.
Ontworteling
4 januari 2012
Het huis van mijn overburen staat te koop. Alweer zo'n driekwart jaar, denk ik. De man des huizes (hij woont er met zijn vrouw en twee honden) heeft een goede reden voor zijn keuze om naar een rustig deel van Nederland te verhuizen en steekt die niet onder stoelen of banken: "Ik wil mijn laatste jaren echt niet in Almere doorbrengen!"
Daar heb je dan als overbuurvrouw een lachje als een boerin met kiespijn voor over, want ergens kun je je dat best voorstellen, en aan de andere kant: tja, je hebt zelf zo'n fijn huis, je dochter gaat hier naar school, en je vriendinnen wonen hier.
Lang snakte ik naar Brabant, vooral toen ik in Amsterdam studeerde. Mijn wortels trokken. Nu heb ik dat niet meer. Ik ben ontworteld en ontworsteld. Vind ik mooi. Maakt vrij. Ik vind het overal leuk, eigenlijk. Als de centrale verwarming het maar goed doet.
Chaostheorie
31 december 2011
Ik ben met een kop koffie bij mijn computer gaan zitten om de oudejaarsblog te schrijven, maar dat valt nog niet mee, merk ik. 2011. Wat vond ik er eigenlijk van?
De gedachte die er duidelijk uitspringt is: wat heb ik veel geleerd over mezelf. Dat maakt het tot een waardevol jaar. Ondanks de onrust die er ook was. Of nee Em, laten we eerlijk zijn: juist dankzij.
Het is een wat ondergeschoven concept, wat mij betreft: onrust. Het is een fysiek vervelend gevoel. Dat lijkt het tot iets negatiefs te maken, iets wat vermeden moet worden. Maar ik ken mezelf: juist uit chaos ontstaat kracht. Nooit ben ik meer gefocused, duidelijker, helderder naar mezelf en anderen, dan wanneer ik me aan chaos moet ontworstelen.
Wat overblijft uit chaos, is echt.
2011. Zowel professioneel als persoonlijk een chaotisch jaar. Toegezegd en ingetrokken. Lachend opgetild en voorzichtig neergelegd. Vaagheid en helderheid. Meer grijze haren en meer lachrimpeltjes. Woorden en stilte. Mooi. Mooi.
Doe mij in 2012 alsjeblieft rust, zegt de kalme, pootlikkende, gemakzuchtige Leeuw in mij. Maar de gepassioneerde, levende, eisende en warme Leeuw in mij vraagt: mag ik alsjeblieft nog meer chaos? Want het is immers de chaos die de puurheid onthult, en weinig is mooier dan dat.
Ik wens u hetzelfde. Een 2012 waarin dingen worden opgeschud. Een 2012 vol leven. Een prachtig, intens jaar.
Missen
21 december 2011
Gisteravond kreeg ik een DM op Twitter, een persoonlijk gericht berichtje. "Ik mis je. Alles ok?"
Ik hang er inderdaad een stuk minder rond de laatste tijd, en dit was gewoon een lief berichtje van een lieve volger, deels vanuit oprechte bezorgdheid denk ik, en deels vanuit een pesterig hee-hallo-laat-eens-wat-van-je-horen.
Ik keek naar die woorden en schreef terug: "Dat vind ik prachtige woorden, ik mis je. Dank je wel." Waarop ik een DM terugkreeg met wel acht keer het zinnetje erin. Sommige mensen overdrijven graag.
Ik schreef er ooit al eerder een blog over, over 'ik mis je', op een van de eerdere weblogs. Ik vind het een enorm fascinerend en krachtig zinnetje.
Waarom toch? Er zijn nog veel mooiere, gloedvollere zinnetjes denkbaar die iemand tegen je kan zeggen, en daar wijd ik niet al twee blogs aan.
Maar 'ik mis je' is iets aparts. Het heeft een heel andere lading. Het is fijn om te horen, sterk, terwijl het toch iets verdrietigs weergeeft. Ik ben hier, en ik wilde dat jij ook hier was. In bepaalde situaties gaat dat zelfs nog verder dan een liefdesverklaring. Het zegt meer. De emotie erachter is rauwer.
In het Frans is het nog ontroerender: "Tu me manques." (Jij ontbreekt aan mij.) Om stil van te worden.
Ik keek naar het onschuldig bedoelde zinnetje op mijn scherm, en voelde ergens in mijn lichaam die glimlach die een beetje pijn doet. Zulke woorden zijn het nou.
Hakken
7 november 2011
Als klein vrouwke moet je wat. Een grote mond geven is iets, maar dan nog ben je slechts een onderdeurtje met een grote mond.
Uiteindelijk gaat het om verlenging. Nergens beter te compenseren dan op het terrein van het gebrek zelf, zullen we maar zeggen. (Nou gebrek, gebrek, Emma, overdrijf je nu niet? Ja, dat wel. Maar u begrijpt. Ik heb een PUNT te maken.)
Hakken dus, mensen. Al sinds ik kon lopen. Geloof ik.
Mijn dochter van vijftien is langer dan ik, inmiddels. Een paar centimeter slechts, doch de mijlpaal is vorig jaar al genomen. Ook zij draagt hoge hakken. Van die exemplaren waar ik goedkeurend naar knik en vervolgens zelf een paar pantoffels aan ga trekken, want met mijn leeftijd en rimpels komt het er toch niet meer op aan.
Van die hakken ook, waarbij je haar na een halfuur lopen moet ondersteunen omdat ze om de tien seconden van vermoeidheid door haar enkels zwikt. Goed voor de moeder/dochter-binding, zo'n navelstrengbehoefte vanuit de vijftienjarige.
Nu is ze weer op weg. Naar haar vriendin. Op haar hoge hakken. Echte liefde.
Niet opgeven, dochter! Oefen je enkels maar sterk. Op eigen benen staan op hoge hakken is ultieme stevigheid. Laat dat leven maar komen.
Tekst
25 oktober 2011
Mijn vader is een praktisch mens. Op allerlei manieren.
Hij klimt nog rustig als 73-jarige het dak op om een zwikkie (zijn woord) dakpannen te vernieuwen.
Rijdt fluitend langs bloedstollende ravijnen om het diepteuitzicht te bewonderen terwijl de mensen naast hem hun tenen bij elkaar knijpen, maar hij brengt ze veilig thuis.
Van de begrafenis van zijn zwager onlangs nam hij opgetogen het kerkboekje mee naar huis, want er staat een tekst in 'die hij ook wil als het zover is.' Hij wees de bedoelde woorden meteen aan.
'Handig,' prees ik. 'Kun je de rest ook niet vast even bij elkaar zoeken? Scheelt ons een hoop werk.' Want praktisch ben ik ook. Al noem ik het meestal lui.
Zulke dingen moet ik eigenlijk niet tegen hem zeggen, want voor ik het weet heeft hij een heel draaiboek klaar. Hebben wij er niks meer over te zeggen. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn.
Worstelaars
5 september 2011
Niets zo lekker voor een schrijver als horen dat andere schrijvers net zo worstelen als hij (of zij). Of wat zeg ik, 'lekker', het betere woord zou moeten zijn: motiverend.
Want kijk, die mensen zitten soms net zo te stumperen als ik. Lopen vast. Zeggen dingen die een kleuter kan bedenken. Hebben vage plotwendingen. Te veel of te weinig verhaallijnen. Kunnen zichzelf niet op die bureaustoel houden zelfs al zouden ze zich vastsnoeren. Bedenken personages die ze niet kunnen doorgronden. Hebben soms de neiging om jankend en vloekend het manuscript te verbrijzelen met een ferme slag op de deleteknop.
Maar zie eens, die mensen leveren prachtige boeken af. Als zij dat kunnen, dan lukt het mij ook. Want ik ben een der hunnen, tenslotte.
Manuscripta, officieel de opening van het boekenseizoen voor de boekenvakkers. Plus Luilekkerland voor fanatieke lezers die hopen hun favoriete auteurs in het wild te spotten al dan niet een lezing te horen geven. Maar stiekem ook de dag waarop schrijvers op elkaars schouders uithuilen, lieve woordjes van troost in elkaars oren fluisteren en doekjes voor het bloeden aanreiken. In de hoop dat we er allemaal het jaar erop weer met een nieuw boek zullen kunnen pronken. En trots zijn.