Wij hebben momenteel een erg moderne postbode. Dat wil zeggen: ik denk dat hij de zestig al gepasseerd is, al kan ik me daar enkele jaren in vergissen. Maar hij is vrolijk en fluitend, hij hoest de hele straat bij elkaar als het hem zo uitkomt, en... hij bezorgt de post per brommer. Die kende ik nog niet. Om de drie huizen sjouwt hij het zware ding op de standaard, zoekt de post in de tas en loopt vervolgens de opritten op en af.
Toen ik zojuist thuis kwam, na hem op de hoek van de straat voorbij gereden te zijn, kwam hij blij achter me aan gereden.
"Mevrouw, ik had echt al een voorgevoel! Ik heb het briefje nog niet eens geschreven, ik dacht echt dat u me wel zou passeren!" Een envelop waar ik voor moest tekenen. Ik zette mijn handtekening op het A4'tje met het zadel van zijn brommer als ondersteuntje.
"Fantastisch toch, ik wist het echt!"
"Geweldig, u heeft er gevoel voor," prees ik.
Waarna hij blij tuffend weer verder ging.
Nagels
26 juli 2010
"Ik wil u graag nog iets vragen," zei de supermarktjuffrouw vanochtend toen ik afgerekend had. "Ik volg een opleiding tot nagelstyliste en ik zoek modellen. Zou u misschien model willen zijn? Acrylnagels?"
"Wat grappig, maar nee dankjewel," zei ik verbluft. Want ik heb weleens gehoord dat van acrylnagels je eigen nagels eraan gaan. Bovendien: na drie weken moet je het weer laten bijvullen. En om eerlijk te zijn: ik weet nog wel een paar redenen waarom beter van niet.
"Uw dochter dan misschien?"
We keken naar de frivool opgemaakte nagels van mijn dochter, die nagels lakken tot kunstvorm verheven heeft.
"Nee, ook niet, maar eh... heel veel succes!" zei ik.
We hebben de boodschappen in de auto gezet, en daarna heb ik fronsend mijn nagels eens zitten bekijken. Zo erg? Welnee. Tsssk.
Afslag
25 juli 2010
We vonden een aircoboer, en we brachten - na twee jaar met een kapotte airco te hebben rondgereden - onze auto er vanavond naartoe. Dat wil zeggen: mijn man reed voorop en ik reed achter hem aan zodat hij na aflevering ook weer terug kon naar huis.
Hij sloot de auto af, deponeerde de sleutel in het daarvoor bestemde hokje, en stapte naast me in de Corsa. Ik keerde vakkundig.
"Dezelfde weg terug, toch?" vroeg ik voor de zekerheid.
"Ja, weet je het? Moet ik TomTom even instellen?"
"Welnee, we zijn net toch ook gekomen? Dat kan niet fout." Waarna ik bij de eerste de beste kruising zelfverzekerd de verkeerde kant op ging.
Binnen
16 juli 2010
Ik weet niet hoe het met u zit, maar hoe mijn huis eruit ziet vind ik belangrijk. Zowel van buiten als van binnen. De sfeer die het uitstraalt, het humeur dat je er krijgt, hoe het ruikt, hoe het aanvoelt aan je ogen, hoeveel warmte het afgeeft.
Daar kan ik bij tijden ineens enorm druk mee zijn, en het begint meestal met het kopen van een woonblad. Een simpele handeling, maar man man, daar kan ik uren in verdwalen. Dat is stap 1.
Vervolgens ga ik poetsen, ook zoiets. En in de tuin werken. En oude en kapotte dingen weggooien en liefst vervangen.
Daarna komt het echte werk. De laatste keer dat ik zo'n bui had moest de hele benedenverdieping wit geschilderd. Nu ben ik in mijn hoofd ook alweer aan het passen, meten, schuiven, willen, zoeken, geld aan het uitgeven. Mijn man wacht kalm de bui af. Ik ook.
Een soort nesteldrang zonder dat er eerst een kind geregeld moet worden. Dus eigenlijk valt het nog wel mee.
Huphollandhup
30 juni 2010
Ik heb iets gedaan waar ik zoveel tijd voor nodig had om het te verwerken, dat ik het nu pas kan bloggen zonder erbij te huilen. En eigenlijk is het ook nog de schuld van mijn dochter, want die had haar moeder beter moeten kennen.
Wat wil het geval? We gingen naar de Efteling, ons jaarlijkse familie-uitje.
Twee jaar geleden was ik wijs en liet ik de beker aan me voorbijgaan. "Zonde!" zei mijn dochter. "Het was zo ontzettend mooi, je had echt mee moeten gaan."
"Ik? Heb je gezien hoe hard ze gaan?" rilde ik.
"Welnee, dat is alleen het laatste stuk. Dat is maar heel even. Echt, je zult genieten."
"O. Nou. De volgende keer dan, als het echt zo mooi is, wil ik het wel zien." Stoer.
Waarna ik geluk had, want het jaar daarop, vorig jaar dus, was de attractie gesloten.
Dit jaar moest ik eraan geloven, en ik had er ook nog ontzettend veel zin in, want ik geloof mijn dochter op haar woord.
We stapten in het bootje, ik naast het Bijzondere Kind en we spraken nog af dat ik hem zou knijpen als ik het eng vond.
De beweging, de eerste centimeters. Meters. Snelheid. En toen bleek ik, zonder dat ik het wist, in een avontuur te zijn gestapt waar ik voor nog geen 1000 euro in gegaan was als ik had geweten wat het nu echt was: een achtbaan. NIks alleen het laatste stuk. Een helse tocht van uren. Dagen.
Mijn man zat voor me, de hele rit heeft hij omgekeerd op zijn stoel naar me zitten kijken. "Ik heb je nog nooit zo in paniek gezien," zei hij later, onder de indruk.
De Vliegende Hollander. Man man man. Hij heeft me een jaar van mijn leven gekost, ik zweer het u.
Geschieden
15 juni 2010
Ok heren, u mag even lachen. Gisteren schampte ik bij het inparkeren een andere auto.
Wat het meest bijzondere aan die situatie is, is mijn eerste impuls: hard wegrijden en niets zeggen. Alhoewel die impuls wellicht niet bijzonder is, te oordelen naar de vele klachten van mensen die schade aan hun auto oplopen door toedoen van een ander en die op niemand kunnen verhalen. Maar dat ik ook die impuls vertoonde, valt me tegen van mezelf.
Gelukkig kon ik hem weerstaan: ik schreef mijn excuses en mijn telefoonnummer op een kaartje en deed dat onder de voorruit. Waarna ik een paar nieuwe schoenen ging kopen, want het kan toch niet zo zijn dat je zoiets stoms meemaakt en dan ook nog voor niets!
Vanmorgen belde de mijnheer terug. Dat er weinig aan de hand was, dat hij het er zo af had kunnen poetsen, dat hij me dat even wilde laten weten en de melding waardeerde. De last van mijn schouders moet hij op de grond hebben kunnen horen kletteren.
Toch maar wat minder nonchalant inparkeren in het vervolg. En vooral: op dezelfde manier reageren als me onverhoopt toch weer zoiets overkomt. Het is belangrijk.
Uitslag
10 juni 2010
"Wat is er toch mis met Almere," vroeg men zich eind februari hardop en regelmatig in niet al te subtiele bewoordingen af. Er werd hard gelachen om Almere, "de" domme Almeerders werden bespot, en wij moesten aan onze gniffelende familie gaan uitleggen wat hier toch mis ging en waarom we hier woonden tussen deze sukkels. Ra-zend was ik toen, vanwege het bekrompen beeld dat zo ontstond en gevoed werd dat het betonnen Almere het probleem was en een gevaar voor het land, dat "de" Almeerders dom en racistisch zijn. Dat men niet beter kon doen dan die stad met zijn spelende kinderen onder water zetten, zelfs al stemde het overgrote deel van de Almeerse bevolking (waaronder ikzelf) geen PVV.
Die woede van toen borrelt nu weer op. Maar dan omgekeerd. Ik heb her en der al geroepen: "waar blijven jullie excuses?"
Maar daar gaat het natuurlijk niet om en dat meen ik ook niet letterlijk.
Het laat wel zien hoe makkelijk het is om snel veroordelend te wijzen. Niet alleen door de PVV-kiezers zelf, maar evengoed door die mensen die geen PVV stemmen maar die net zo hard een zondebok zoeken.
Debat
7 juni 2010
Je houdt ervan of je hebt er een hekel aan... ik hou ervan. Debatten, en dan met name politieke. Dat mag op zich bijzonder heten, want ik heb een hekel aan ruzie. Als twee mensen op tv hun stem tegen elkaar verheffen, zap ik door. Programma's die het van enige vorm van conflict moeten hebben, vind ik verschrikkelijk. Maar voor een politiek debat ga ik opgetogen zitten.
Ik zal u zeggen waarom, want met "ik vind de inhoud zo interessant" kom ik vast niet weg. Nee, wat mij in een politiek debat aantrekt, is het debatteren op zich. Het neerzetten van een standpunt, en vooral het pareren van het standpunt van een ander, het slechts verbaal stampvoeten als je wordt aangevallen, en dan ook nog proberen zo duidelijk en kalm te blijven praten dat de kijkers thuis je kunnen blijven verstaan (aandachtspuntje voor Balkenende, gratis tip van Emma.)
Vraagt u mij dus na een debat niet wat er precies gezegd is, want dat sla ik over. Maar ik hou van welsprekendheid, van correcte formuleringen, van goede articulatie, van zo precies mogelijke standpunten, en dat alles onder druk van de (meestal) tegenovergestelde meningen van de ander en de frustratie van het soms toch behoorlijk persoonlijk worden aangevallen.
Verkiezingstijd? Ik vermaak mij uitstekend.
Glas
31 mei 2010
Weet u nog? De barst in mijn voorruit?
Wel, de sneeuw en de vorst liggen zo'n beetje achter ons, dus de boel mocht gefikst worden. Carglass dus. Ik liet mij niet afschrikken door de irritantheid van de commercial die ik per ongeluk op tv spotte, integendeel: ik wilde die voordedeurrepareer-service ook, riep ik meteen toen ik 'm zag. Want men moet niet actiever willen zijn dan nodig.
De afspraak werd gemaakt voor vandaag en Ik verwachtte een 'Carglass-man'. Ik hoef niet uit te leggen wat ik daarmee bedoel, denk ik. Mijn vooroordeel is vast het uwe.
Maar manmanman, wat werd ik afgestraft. Een smakelijk, jong hapje, mogen we wel zeggen.
Ik heb op Twitter direct een compliment gemaakt aan de Carglass-twitterservice: "wat hebben jullie ontzettend leuke monteurs!"
En daarna heb ik ook maar even tegen de monteur zelf gezegd dat ik dat op Twitter gezet had. Want waarom zou men zulke dingen voor zich houden, tenslotte.
Wegisweg
30 mei 2010
Vlak bij mijn huis is een viaduct waar een fietspad onderdoor loopt. Wat fietsen is ben ik allang vergeten, maar met de auto cross ik regelmatig over het viaduct. Elke keer weer ben ik blij als ik de overkant haal.
Wat wil het geval? Die weg is langzaam aan het verdwijnen. Aan het instorten. Aan het slijten. Wat u wilt.
Voortdurend verdwijnen er stukken asfalt in het luchtledige. Elke keer weer is het slalommen om de ontstane gaten te ontwijken. Als je geluk hebt hebben ze net asfalt bijgestort, maar maak niet de fout opgelucht te veronderstellen dat je nu dus veilig bent: een volgende keer bonk je weer net zo gemakkelijk met een wiel door een nieuw ontstaan gat.
Ik weet niet wat er aan de hand is op die plek, het lijkt erop alsof er (al een jaar lang) teveel beweging zit hier of daar, waardoor het asfalt voortdurend scheurt. Ik vind het elke keer weer een gigantisch avontuur in ieder geval.
Mocht ik hier ooit niet meer opduiken, dan weet u nu vast wat er gebeurd is: dan ben ik in het zwarte gat verdwenen. Daar helpt geen konijnenpootje tegen.